Spelen met je Puppy

De meeste pups zien de wereld als één groot feest dat ze gemakshal­ve gewoon even in tweeën delen: ‘Kan je het eten of kan je ermee spelen.’ Ze hollen en dollen, vallen als een blok in slaap, openen hun ogen en beginnen weer overnieuw. Spelenderwijs ontdekken ze de wereld, leren allerlei nieuwe dingen en dat gebeurt in een razend tempo.
Educatieve spelletjes zijn dan ook een uitstekende manier om puplief al heel jong wat dingen bij te brengen waar je later veel gemak van kunt hebben. Spelen met je puppy is ook bij uitstek de manier om een goede band met de hond te ontwikkelen. Hoe vaker je met de pup speelt, hoe meer hij tot de conclusie komt dat je het meest interessante in zijn leven bent waardoor je controle over de hond steeds makkelijker wordt.
Speel met pups nooit te lang; het hondje moet het leuk blijven vinden en niet van uitputting in elkaar storten. Verdeel liever een aantal kortere speelsessies over de dag.

Pak me dan als je kan

Doel: de pup leert op zijn baas te letten en te komen als hij geroe­pen wordt. Neem een uitnodigende spelhouding aan. Dit doe je door jezelf wat kleiner te maken, de benen wat uit elkaar en iets voorover te buigen met je armen laag, ietwat zijdelings van de hond. Je zegt opgewekt zijn naam en zodra de pup attent op je is ren je vrolijk een stukje van hem weg waarbij je steeds even achterom kijkt. Niet te ver in het begin. Als hij achter je aan komt hollen, roep je ‘hier’ zonder te schreeuwen of te snauwen. Natuurlijk komt de hond want hij was toch al onderweg. Is hij bij je aangekomen dan stoei je wat met hem, eventueel met behulp van een speeltje. Even later ren je weer van hem weg en het spel herhaalt zich.
Let er wel op dat je nooit de hond op zijn nek springt om hem vast te pakken als hij bij je aangekomen is. Daarmee creëer je een hond die zich op een gege­ven moment nooit meer laat pakken en er steeds behendiger in wordt jouw graaiende handen te ontwijken. Het is niet erg als hij je in zijn enthousiasme voorbij rent, je draait dan gewoon weg en gaat er in tegengestelde richting vandoor.
Ga in ieder geval nooit achter de hond aanrennen want daarmee leert hij alleen maar dat hij sneller en behendiger is dan zijn baas. Om het spel moeilijker te maken kun je terwijl je wegrent achter een boom verdwijnen of-als het weer zich daarvoor leent – plat op de grond gaan liggen. Er is geen pup die dan zijn nieuwsgierigheid kan bedwingen.

Kijken waar je loopt

Doel: de pup leert op het oordeel van de baas af te gaan en vergroot zijn zelfvertrouwen. Tijdens wandelingen kun je in situaties terechtkomen dat een hond absoluut weigert om verder te gaan omdat hij niet anders gewend is dan over een solide ondergrond te lopen. Bijvoorbeeld als je onder­weg over metalen bouwplaten heen moet lopen of een watertje moet oversteken over een smalle plank. Als je de hond echter van jongs af leert dat hindernissen er zijn om overwonnen te worden, dan zal de hond van dat soort dingen meestal geen probleem maken.
Leer de pup spelenderwijs over allerlei verschillende ondergronden te lopen en kleine obstakels te overwinnen. Leg bijvoorbeeld een rit­selend plastic dekzeil op de grond en moedig de pup aan er overheen te wandelen. Je mag hem daarbij op alle mogelijke manieren helpen, desnoods door hem met een speeltje te lokken. Vindt hij het echt eng, ga dan zelf midden op het zeil zitten en roep je hondje naar je toe. Je beloont hem overdadig als hij zijn angst overwint. Andere din­gen die je kunt gebruiken zijn een grote opengevouwen kartonnen doos of een brede plank die op een ongelijke ondergrond legt, zodat de plank wat wiebelig wordt. Om zijn coördinatievermogen te ver­groten kun je de pup over op de grond liggende bezemstelen heen laten stappen. Een plat neergelegde ladder voldoet ook uitstekend. Een paar krukjes met daaroverheen een grote handdoek maakt al gauw een tunneltje. Laat iemand de pup aan de ene kant vasthou­den, steek je hoofd in de tunnel en moedig je hond aan bij je te komen.
Bij al deze dingen geldt dat de pup nooit gedwongen mag worden een ‘hindernis’ te nemen. Hij moet zelf ontdekken dat het veilig is terwijl hij ondertussen aan alle kanten door je bejubeld en geprezen wordt voor zijn heldenmoed.

Uit de golven duiken

Doel: de pup leert vanuit het lopen razendsnel te gaan liggen. Handig in geval van nood als de hond ogenblikkelijk moet bevriezen. Neem een favoriet speeltje in beide handen, liefst een speeltje dat piept, en ga voor de pup staan met je gezicht naar hem toe.
Houd het speeltje voor zijn neus en begin achteruit te lopen waarbij je met gestrekte armen een op en neer golvende beweging maakt van even boven zijn neus tot vlak bij de grond. Als je enthousiast genoeg bent, zal de pup er fanatiek achteraan golven. Golf een paar keer op en neer en dan duik je plotseling helemaal naar beneden en drukt het speeltje tegen de grond. Grote kans dat de pup gelijk met je mee boven op het speeltje duikt, voorpoten eerst, kontje omhoog.
Geef zodra hij in de neerwaartse beweging is het signaal ‘af’ of ‘down’ en laat hem het speeltje pakken zodra hij helemaal ligt.

Pootje geven

Doel: waarom moet er altijd een doel zijn? Het is gewoon leuk (en met afdrogen komt het ook wel van pas). Niets is zo makkelijk als puppy’s pootjes leren geven. Nog niet zolang geleden gebruikten ze die poten nog om melk uit moeders bron te pompen, dus het zit eigenlijk al in de hond. Hurk voor de zittende pup en houd je hand vlak boven de grond met de handpalm omhoog voor één van zijn voorpoten. Het is mogelijk dat de hond gelijk zijn poot ietsje optilt. In dat geval beloon je hem ogenblikkelijk met wat lekkers.
Kent het hondje de clicker, dan is dat een prima hulpmiddel om het aanleren te versnellen. Doet je hond helemaal niets met zijn voorpoot, raak dan heel licht met een vlakke hand de voorkant van zijn poot aan. Grote kans dat die poot dan wel beweegt, waarop ogenblikkelijk een beloning volgt. Je zult zien dat jouw pup steeds vaker zijn poot van de grond tilt. De verleiding is groot om dan gelijk maar zijn poot te pakken en heen en weer te schudden omdat dit onder menselijke begroetingen gebruikelijk is. Doe het bij de hond maar liever niet in dit stadium, want het is heel goed mogelijk dat hij dan juist zijn poot gaat terug trekken. Laat het aan de hond over om zelfstandig zijn voorpoot in jouw open hand te leggen. Na elke paar goede herhalingen houd je je hand een heel klein beetje hoger. Pas als het hondje vrij en ongedwongen iedere keer zijn poot in je hand legt, koppel je hieraan het signaal ‘geef poot’ of ‘hallo’.
Als variatie hierop kunt je de hond natuurlijk leren om zijn rechterpoot alleen in je rechterhand te leggen en zijn linker in je linker of omgekeerd.

Stoeien

Doel: vergroot de controle op de hond en is goed voor de relatie tus­sen baas en hond. Er is niets op tegen om af en toe eens een robbertje te stoeien met jouw pup, ze vinden het vaak dolle pret en het is een uitstekende manier om de relatie tussen baas en hond op een hoger peil te krij­gen. Stoeien is echter wel aan strikte regels gebonden om te voorko­men dat de hond te pas en te onpas in je kleding gaat hangen.
Laat het initiatief tot een rondje vrij worstelen niet aan de pup over. Je nodigt hem actief uit op dezelfde manier als bij ‘pak me dan als je kan’. Als hij op je af komt stormen, duw je hem steeds weer zachtjes bij je weg. Je zult zien dat hij als een jojo terug komt stuiteren. Hij mag tegen je duwen, met zijn neus en met zijn poten werken, maar één ding is absoluut niet toegestaan. Hij mag niet met zijn tanden in jouw ledematen of kleding gaan hangen. Gebeurt dat toch – en dat is de eerste keren heel waarschijnlijk – dan roep je meteen: ‘Au’, bevriest even en kijkt hem boos aan. In de meeste gevallen zal hij even ophouden met op je te kluiven. Probeert hij het daarna nog eens, dan geef je hem weer een boze blik en een ‘au’.
Stoei enthousiast verder als hij zijn melkgebit weer onder con­trole heeft. De derde keer dat hij in jou of je kleding bijt, houd je gewoon op met spelen en loop je resoluut bij de puppy weg. Hij zal al snel doorhebben dat hij een grotere kans op verlenging van het spelletje heeft als hij niet in de baas bijt. Als er genoeg gestoeid is, wordt het spelletje beëindigd met het signaal ‘klaar. Ga nooit zolang door tot het hondje er zelf schoon genoeg van krijgt.

Puppy–push ups

Doel: zitten en liggen aanleren en verbeteren. Om het hondje te leren zitten, beweeg je je hand met de palm omhoog vlak voor de neus ietsje omhoog en een klein beetje naar achteren. Vrijwel iedere pup zal die hand volgen en zijn koppie omhoog brengen. Bijna automatisch zakken dan de billen naar bene­den, want zo steekt een hond nu eenmaal anato­misch in elkaar. Zodra hij zit krijgt hij een belo­ning in de vorm van iets lekkers. Mocht de hond helemaal niet geïnteresseerd zijn in die bewegende hand, dan kun je er een brokje in vasthouden om zo de pup in de juiste positie te lokken.
Doe dat echter niet te lang, want voor je het weet is dat brokje een onderdeel van het signaal gewor­den met als gevolg dat de hond het zonder voer in die hand helemaal niet meer doet. Ieder lokkertje moet dus zo snel mogelijk weer uit de hand verdwijnen. Herhaal de zitoefening met de hand in korte trai­ningssessies net zo lang totdat de hond op ieder handsignaal gaat zitten. Dan ga je de beloning wat uitstellen; je laat hem bijvoorbeeld twee of drie keer zitten voor één brokje.
Om de hond te laten liggen gaat je hand met de palm naar beneden loodrecht onder zijn neus en tussen zijn voorpoten naar beneden. Houd je hand gewoon op de grond totdat de hond gaat liggen waarna hij beloond wordt met wat lekkers. Net als bij het zitten geldt dat het gebruik van een lokvoertje tot een minimum beperkt moet worden. Zodra de hond steeds gaat liggen als je jouw hand naar bene­den beweegt, ga je ook hier weer over op het uitstellen van de belo­ning. Laat hem maar werken voor de kost. Het is wel kinderarbeid maar dat geeft helemaal niets als het om honden gaat.
Als het hondje beide oefeningen op het geven van de handsignalen beheerst, dan ga je ze achter elkaar uitvoeren: zitten-liggen-zitten­liggen-zitten-liggen. En zie: Puppy-push ups!

Ballonnenspel

Doel: de pup aan harde geluiden wennen. Er zijn heel wat honden die een verschrikkelijke angst ontwikkelen voor knallen, onweer en vuurwerk en dat is een angst die niet altijd even makkelijk weg te trainen valt. Beter is het dus om pups al heel jong te wennen aan harde geluiden en ze te leren dat knallen eerder dikke pret betekenen dan een bedreiging vormen. Natuurlijk kan er met potten en pannen gerammeld worden, maar veel leuker is het ballonnenspel. Nodig daarvoor zijn een zak goedkope ballonnen en eventueel wat kleine lekkere hapjes.
Blaas een paar ballonnen op tot het formaat van een mandarijn, zo klein dat als ze kapot gaan ze geen knal geven maar alleen maar een zacht poefje. Ga er op de grond mee zitten spelen en nodig de hond uit ook mee te doen. Gooi de ballonnen de lucht in en rol ze over de grond. De hond mag er in bijten, er op springen, wat hij maar wil. Uiteraard gaat er op een gegeven moment eentje met een zacht plofje stuk. Als de hond wat beduusd kijkt, gooi je gelijk een andere ballon de lucht in en gaat u verder met het ballonnenfeestje.
Stukje bij beetje worden de ballonnen steeds wat groter opgeblazen, waarbij het belangrijk is dat je nooit boven het niveau uitkomt waarop de hond niet of vrijwel niet reageert op de knal. Om het voor de hond nog leuker te maken, kun je ook voor het opblazen van de ballon wat brokjes door het ventiel naar binnen frommelen. Als de ballon dan uit elkaar klapt, komt er meteen een confetti van lekkere hapjes vrij.
Met een beetje geluk ontwikkelt de hond zich tot een ware ballonnenkiller die maling heeft aan knallen omdat hij weet wat voor pret die opleveren. Het enige nadeel is dat je geen ballonnen meer als versiering op de verjaardag van je kinderen kunt gebruiken omdat de hond er dan zijn eigen feestje van maakt.
Heb je toevallig de enkele hond die absoluut niet geïnteresseerd is in speeltjes maar wel een koekiemonster is, dan kun je het boven­staande ook spelen met een lekker hapje dat in plaats van het speel­tje onder een pot verstopt wordt.

Zoek je bal

Een andere ‘nosejob’ waar honden veel plezier aan beleven is het afzoeken van het huis of de tuin naar zijn balletje of ander favoriet speeltje dat je ergens voor hem verstopt. Begin ook hier weer makkelijk, want de pret die de hond aan het zoeken beleeft hangt nauw samen met het resultaat dat hij boekt. Mislukt het de eerste paar keren, dan is het mogelijk dat de hond afhaakt en niet meer op zoek wil naar zijn bal.
Laat de hond zitten en leg zijn bal min of meer zichtbaar voor hem neer achter een tafelpoot of in de krantenbak of zoiets. Hij mag best zien dat je de bal daar neerlegt. Zeg ‘zoek je bal’ en beloon hem overdadig als hij de bal gevonden heeft. Gebruik daar­voor de bal zelf en beloon hem liever niet met wat lekkers. Eigenlijk moet het spelletje zelf de ultieme beloning gaan vormen. Verstop het speeltje nog een paar keer op dezelfde manier, het hoeft niet steeds op dezelfde plaats, maar het speeltje mag wel nog een beetje zicht­baar zijn. Dan ga je het de hond wat moeilijker maken. Je laat hem niet meer zien dat je het speeltje verstopt. Laat iemand zijn aandacht even vasthouden of zijn ogen bedekken of zet hem even in een ande­re kamer. Verstop de bal op één van de plekken waar hij al eerder zijn bal gevonden heeft. Moedig hem aan zijn bal te gaan zoeken.
De meeste honden zullen de plaatsen opzoeken waar ze eerder al eens succes hebben gehad, dus er is een grote kans dat hij zijn bal vindt. Zodra hij daarin geslaagd is, maak je er samen met je hond een feestje van. Ook dat kan enkele keren herhaald worden, maar speel het spel niet te lang. Zodra de hond echt zijn neus gaat gebruiken, is dat voor hem behoorlijk intensief en vermoeiend. Wacht niet tot de hond het bijltje er bij neergooit, maar stop het spelletje als de hond best nog een keertje wil. Op die manier blijft hij gretig en wil hij de volgende keer extra graag aan de slag.
Vanaf het moment dat de hond begrijpt dat hij echt moet zoeken om zijn balletje te vinden, kun je het voor hem steeds ingewikkelder maken. Stop de bal ergens anders weg, verder, hoger, ergens onder, in andere kamers of in de tuin. Als de moeilijkheidsgraad geleidelijk aan opgebouwd wordt, kun je de bal overal verstoppen waar je maar wilt, mits de hond er maar bij kan komen.
Uiteindelijk kun je het hem zo moeilijk maken dat hij minutenlang moet zoeken voor hij zijn bal vindt. Voor jouzelf wordt het ook steeds moeilijker, maar dan om goede verstopplaatsen te vinden die je hond niet binnen een mum van tijd ontdekt heeft. Honden vinden dit zoekspelletje vaak zo leuk dat ze door roeien en ruiten gaan om hun speeltje op te sporen. Het appel­leert aan diepgewortelde jachtinstincten die nog steeds – soms diep verborgen – in alle honden aanwezig zijn.

Moeilijke verstopplekken:

 

  • in de badkuip;
  • in een kast waarvan de deur op een kiertje staat;
  • onder een stapel dekens;
  • in de wasmand;
  • in een schoen in de schoenenkast
  • begraven in de tuin